Samen spelen lijkt vanzelf te gaan, maar de manier waarop kinderen met elkaar spelen ontwikkelt zich stap voor stap. Jonge kinderen spelen eerst vooral naast elkaar, later met elkaar en uiteindelijk echt samen. Deze ontwikkeling verloopt in fases en groeit mee met de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind.
In dit artikel lees je hoe samenspel zich ontwikkelt en wat je als ouder kunt herkennen in het spel van je kind.
Samenspelen groeit stap voor stap
Kinderen worden niet ineens sociale spelers. Ze leren geleidelijk rekening houden met anderen. Daarna komen speelgoed delen, rollen verdelen en samen een spelidee volgen. In elke fase staat iets anders centraal. Eerst het eigen spel, daarna het waarnemen van anderen en uiteindelijk het echte samenspelen.
Het is normaal dat kinderen langere tijd in een bepaalde fase blijven of fases door elkaar laten zien.
Ontwikkeling verloopt niet in strakke stappen, maar in een vloeiende beweging.
Solitair / individueel spel (0–2 jaar)
In de eerste levensjaren speelt een kind vooral alleen. Het is volledig gericht op het eigen ontdekken en ervaren. Het kind onderzoekt materialen, bewegingen en geluiden zonder aandacht voor wat andere kinderen doen.
Ook wanneer andere kinderen in de buurt zijn, blijft het spel individueel. Dit is geen sociaal tekort, maar een passende fase. Het kind is nog bezig met zichzelf, het lichaam en de directe omgeving.
Toekijkgedrag (vanaf 1,5–2 jaar)
Wanneer kinderen ouder worden, groeit de interesse in anderen. Ze kijken naar wat andere kinderen doen, volgen hun spel met aandacht en lijken soms betrokken zonder mee te doen. Het kind leert op deze manier hoe spel werkt en wat andere kinderen doen.
Dit observeren is een belangrijke stap richting samenspel. Het kind verzamelt als het ware informatie. Hoe speel je samen? Wat doen anderen? Hoe werkt materiaal?
Parallelspel (vanaf 2 jaar)
In deze fase spelen kinderen naast elkaar met vergelijkbaar materiaal, maar nog zonder echte samenwerking. Ze kunnen bijvoorbeeld naast elkaar bouwen of rijden met auto’s, terwijl ieder zijn eigen spel volgt.
Er is wel bewustzijn van elkaar. Kinderen kijken, imiteren of reageren soms op elkaar. Toch blijft het spel vooral individueel. Parallelspel is een belangrijke overgangsfase waarin kinderen wennen aan elkaars nabijheid in spel.
Herken je dit bij je eigen kind? In een gratis adviesgesprek kijken we samen wat er speelt.
Associatief spel (vanaf 3 jaar)
Wanneer kinderen zich verder ontwikkelen, ontstaat er meer contact in het spel. Ze reageren op elkaar, delen soms materiaal en praten over wat ze doen. Het spel raakt verbonden, maar er is nog geen gezamenlijk plan of duidelijk speldoel.
Kinderen kunnen bijvoorbeeld samen met blokken spelen of met poppen, terwijl ieder nog zijn eigen verhaallijn volgt. Het sociale contact groeit, maar het spel blijft deels naast elkaar bestaan.
Coöperatief spel (vanaf 3–4 jaar)
In deze fase ontstaat echt samenspel. Kinderen maken afspraken, verdelen rollen en werken samen aan een gedeeld spelidee. Ze bouwen samen iets, spelen rollenspellen of bedenken gezamenlijke regels.
Dit vraagt sociale vaardigheden zoals overleggen en wachten. Ook delen en rekening houden met elkaar horen erbij. Coöperatief spel laat zien dat kinderen anderen kunnen meenemen in hun spel en samen betekenis kunnen geven aan wat ze doen.
Ieder kind ontwikkelt samenspel in eigen tempo
Kinderen bewegen niet strak van de ene fase naar de andere. Ze kunnen verschillende vormen van samenspel naast elkaar laten zien. Dat hangt af van de situatie, de leeftijdsgenoten of hoe veilig het voelt. Ook temperament, ervaringen en ontwikkeling spelen mee.
Sommige kinderen hebben meer tijd nodig om tot samenspel te komen of blijven langer in parallel of associatief spel. Dat is op zichzelf niet zorgelijk. Pas wanneer een kind langdurig moeite blijft houden met contact in spel, kan het helpend zijn om hiernaar te kijken.
Samenspel en ontwikkeling
Samenspel hangt sterk samen met de sociaal-emotionele ontwikkeling. In samenspel oefenen kinderen sociale vaardigheden zoals delen en overleggen. Ook omgaan met frustratie en rekening houden met anderen horen erbij. Ook leren zij zichzelf zien in relatie tot de ander.
Wanneer samenspel moeizaam verloopt of spanning oproept, kan dit iets zeggen over wat een kind nog moeilijk vindt. In speltherapie wordt daarom vaak gekeken naar hoe een kind speelt met anderen en hoe contact in spel ontstaat.
Twijfel je over het samenspel van je kind?
Merk je dat spelen met anderen moeilijk gaat? Dan kan het helpend zijn om hierover in gesprek te gaan.
Wil je lezen hoe dit bij een ander gezin liep? In Van pleasen en aanpassen naar ruimte voor jezelf lees je hoe een meisje van 9 leerde zeggen wat ze zelf wilde.
Neem gerust contact op. Ik kijk samen met je wat je kind nodig heeft.



